Altolamprologus calvus (POLL, 1978)

tekst: Bart Jansen - Foto 1: Marjon van der Vegte - Foto 2: Pascal van der Tuuk 
Etymologie: 

Alto betekent "hoog", verwijzend naar de hoge bouw van deze Lamprologine, Calvus is Latijn voor "kaal", waarmee wordt aangeduid dat deze soort geen schubben op het voorhoofd heeft. Uitleg voor de geslachtsnaam, die in het leven werd geroepen door Schilthuis bij de beschrijving van Lamprologus congoensis:  Schilthuis heeft, zoals destijds gebruikelijk, geen verklaring gegeven voor de naam Lamprologus. Aangenomen wordt echter dat zij een combinatie voor ogen had die uit twee woorden bestond. "lampros" betekent "glanzend", terwijl "logus" de verlatijnsde versie is van "logos". Logos in dit verband te verklaren als een verbastering van logisch. Kennelijk vond zij het logisch dat de flanken van L. congoensis schitteren in het zonlicht.

Referentie: 

Maréchal, C. and M. Poll, 1991. Altolamprologus. p. 4-5. In: J. Daget, J.-P. Gosse, G.G. Teugels and D.F.E. Thys van den Audenaerde (eds.) Checklist of freshwater fishes of Africa (CLOFFA). ISNB, Brussels; MRAC, Tervuren; and ORSTOM, Paris. Vol. 4.  

Literatuur: 

"Cichlids and all other Fish of Lake Tanganyika", P. Brichard, 1989 "Tanganyika Cichlids in their Natural Habitat" , A. Konings, 1998  

Beschrijving: 

Zoals bij de etymologie al te lezen is, heeft A. calvus geen schubben tussen de basis van de rugvin en de oogkassen. De vis wordt tot 15 cm lang en is in verhouding tot andere cichliden vrij hoog gebouwd. De hoge rugvin levert met extra hoogte ook een steentje bij. De vis is voorzien van een grote bek, en hij heeft harde schubben. Naast de hoge bouw, is de vis zeer sterk zijdelings afgeplat. Op onderstaande foto is dat goed te zien. Deze afplatting kan de vis voor een prooidier onopgemerkt laten; ook speelt de lichaamsvorm een rol bij het schuilen in nauwe spleten als er een predator op de loer ligt. Er zijn meerdere vindplaatsvarianten in de handel beschikbaar. Zo zijn er varianten die vrij donker gekleurd zijn met iriserende stippen op de flanken en ongepaarde vinnen (de " black" -variant, op beide afbeeldingen te zien), maar er zijn ook varianten die overwegend lichte of gele kleur hebben. Recentelijk kwamen er varianten op de markt met een min of meer gekleurde borstvin.  

Herkomst: 
Tanganjikameer  
Verspreiding: 

Zuid-westelijk deel van het meer  

Gedrag: 

Altolamprologus calvus, de "kale" broer van A. compressiceps, is een typische rover die op typische wijze te werk kan gaan. De vis zwemt rustig door de omgeving op zoek naar een prooi. Is er een prooi in zicht, dan hangt de vis vrij stil in het water, terwijl het achterlijf omhoog en omlaag beweegt. De vis neemt daarbij een soms verticale houding aan. Goed te zien, is dat het oog daarbij het punt is waarom de beweging heen plaatsvindt. Mogelijk gebruikt de vis deze beweging om de afstand beter in te schatten? In het algemeen is A. calvus een vrij rustige vis, die zich echter niet snel laat imponeren door andere vissen. Wanneer een andere vis een poging tot verjagen waagt, zal A. calvus de flank krommen en deze naar de belager toedraaien. Door de schubben, die harder dan bij andere vissen zijn, als schild te gebruiken komt de vis er meestal zonder kleerscheuren vanaf. Dit gedrag kan de vis soms toch duur komen te staan: omdat ze een confrontatie niet altijd uit de weg gaan, kan een duidelijk sterkere vis soms behoorlijk schade aanrichten.  

Voedsel: 

A. calvus leeft van dierlijk voedsel, varierend van kleine kreeftachtigen en insectenlarven, tot kleine visjes. Nakweek die in het aquarium opgroeit is dus niet veilig!  

Kweek: 

Als kweekbak is een bak te gebruiken van 100-200 liter. Het is gebleken dat de dieren een voorliefde hebben voor grote slakkenhuizen (10 cm doorsnee) om de eitjes in af te zetten, dus deze zouden aanwezig moeten zijn. Zodra de eitjes zijn afgezet blijft het vrouwtje de schelp bewaken door haar lichaam dwars voor de ingang te plaatsen. De schelp kan nu verwijderd worden om de jongen apart op te fokken. In een klein kweekbakje is het eveneens makkelijker artemia voeren, dan in een slakkenhuis dat bovendien door vis bewaakt wordt.  

Aquarium: 

Een aquarium vanaf 100 cm. volstaat prima voor een koppel van deze vissen. Indien er meerdere vissoorten in het aquarium verblijven, moet de ruimte aanzienlijk groter zijn. A. calvus zal namelijk graag zijn eigen hoekje opzoeken.  

Stoplicht: 
Groen
Herkomstgebied: