Labidochromis freibergi JOHNSON, 1974

Tekst: Johan Verheesen Foto: Jan Steger
Etymologie: 

Labidochromis: Labido vanuit het Grieks verwijst naar de herkenbare pincetachtige vorm van de bek die dit geslacht heeft; Chromis= vis. freibergi: genoemd naar de Jack Freiberg, een Amerikaanse importeur van siervissen. Hij bracht deze Labidochromis-soort onder de aandacht bij Johnson, en was de eerste die de vis importeerde naar Amerika om deze te verspreiden onder aquariumliefhebbers.

Referentie: 

Johnson, Donald S. 1974. "New cichlids from Lake Malawi, including descriptions of two new species". Today's Aquarist. 1(1):12-17

Literatuur: 

Malâwicichlids in their natural habitat 5th edition - Ad Konings, 2016, Cichlid Press

Beschrijving: 

De bekendste Labidochromis is toch wel Labidochromis caeruleus, die met zijn gele kleur een zeer aantrekkelijke soort is. Maar het geslacht Labidochromis heeft zeker meer aantrekkelijke soorten die onze aandacht verdienen. Zo ook Labidochromis freibergi, een van de blauwe soorten in het geslacht Labidochromis. Het lichaam van deze soort is hoog en slank. De man is in de basis blauw gekleurd en heeft negen tot tien verticale zwarte strepen op de flanken. De rugvin is lichtblauw gekleurd met witte lappets. Onder het oog naar de mondhoek kan een zwarte traanvlek waargenomen worden. De buikvinnen en aarsvin zijn lichtblauw en voorzien van een witte en zwarte streep. De borstvinnen zijn hyaline. Vrouwen zijn grijs/beige gekleurd. De bek is zoals bij alle Labidochromis-soorten ietwat puntig. Dit maakt het mogelijk om de algen op wat moeilijk bereikbare plaatsen te nuttigen. Deze kleine mbuna bereikt een lengte van acht centimeter.De vrouwen blijven met zes tot zeven centimeter wat kleiner. 

 L. freibergi onderscheidt zich van de andere blauwe Labidochromis-soorten door zijn bicuspide (tweepuntig) buitenste tanden . L. freibergi  is uiterlijk gelijkend op L. zebroides en  L. lividus toont enige gelijkenissen . De laatstgenoemde soort heeft een platter lichaam en een zwarte rugvin.L. zebroides heeft meerdere brede strepen, welke breder zijn dan bij L. freibergi, maar er zijn exemplaren aangetroffen op het eilandje Masimbwe die een zeer vergelijkbaar kleurpatroon als L. freibergi vertoonden. De buitenste mondtanden van L. zebroides zijn echter enkelpuntig. Deze soort werd ook wel eens geexporteerd onder de naam "Labidochromis Ewarti".

 

Verspreiding: 

L. freibergi wordt aangetroffen bij Likoma island, waar deze zich ophoudt in de door golven overspoelde rotsachtige omgeving, tot op een diepte van vijf meter. 

Gedrag: 

Deze soort is territoriaal, en zal vooral zijn soortgenoten verjagen. 

Voedsel: 

L. freibergi pikt de plukken algen van de rotsen, waar de andere grazers vanwege de structuur van de rotsen niet bij kunnen. Hierbij maken ze gebruik van hun lange slanke tanden. Deze soort is herbivoor en verlangt vooral groen voer in de vorm van spirulina-vlokken en granulaat, aangevuld met wat geblancheerde groenten en bijvoorbeeld komkommer of courgette. 

Kweek: 

Het hele jaar worden mannen aangetroffen die hun broedkleuren laten zien. L. freibergi is een maternale muilbroeder. Een legsel bestaat uit 20 tot 30 eieren.

Aquarium: 

Bij een soort aquarium kan volstaan worden met een aquarium met een lengte van 100 cm. Mannen verdedigen een klein territorium in de rotsen, dus is een rotsachtige indeling gewenst. Wanneer je meerdere mannen samen houdt, dan zal je altijd een man in broedkleuren zien. Hou bij voorkeur dus meerdere mannen en vrouwen. 

Stoplicht: 
Groen
Herkomstgebied: