Copadichromis sp. 'fire-crest mloto'

Tekst en foto's: Johan Verheesen
Etymologie: 

Copadichromis, uit het Grieks : kopas = gekerfd en chromis = vis. "fire-crest" duidt op de rode band in de rugvin.

Referentie: 

Deze soort is nog niet wetenschappelijk beschreven.

Literatuur: 

MalaƔicichliden in hun natuurlijke omgeving 4de oplage, 2007, Ad Konings

Beschrijving: 

Copadichromis sp. "fire-crest mloto" is een schitterende utaka die sinds 1990 helaas niet meer in het Malawimeer is aangetroffen.

De man is wanneer deze in broedkleuren is, schitterend om te zien. Het lichaam is zwart met een blauw iriserende schijn. De buik- en aarsvin zijn donker gekleurd. Het dorsale deel van de kop is tot aan het opercullum groen iriserend gekleurd. Net voor de oogkas begint een groen iriserende band die onder de rugvin doorloopt en eindigt ter hoogte van de aanzet van de aarsvin. De rugvin heeft een smalle witte band, met daarboven een brede oranje/rode band. De lappets zijn wit. De vrouw is zilverachtig gekleurd. In het wild bereikte deze vis een lengte van 12 cm. In het aquarium wordt deze vanwege het voedselaanbod groter. 

In de eerstbeschrijving van Copadichromis virginalis verwees Iles (1960) naar het onderscheid wat de plaatselijke vissers maken tussen 2 vormen van deze soort, te weten kaduna en kajose. De verschillen zijn niet erg groot. De kajose is wat groter, heeft kleinere ogen, heeft een geelachtig gekleurd lichaam en 17 dorsale stekels. De kaduna heeft daarentegen slechts 16 dorsale stekels, grotere ogen, mist de geelachtige kleur op het lichaam en heeft een dieper lichaam en diepere staartwortel. Om die reden stelde Ad Konings voor om deze twee vormen als twee soorten te beschouwen. (Konings, 1991), waarbij de kaduna een vertegenwoordiger is van de Copadichromis virginalis, en de kajose kreeg de naam Copadichromis sp. "virginalis kajose" toegekend. C. sp. "fire crest mloto" zou naar alle waarschijnlijkheid onder het C. virginalis-complex vallen.  Een lange tijd werd gedacht dat deze soort een geografische variant was van C. virginalis. Echter blijkt dat bij de zes verschillende soorten die tot het virginalis-complex gerekend worden, er verschillende broedmethodes op na gehouden worden en dat deze nadere studies behoeven. Zo heeft C. virginalis een andere broedwijze dan C. sp. "fire crest mloto", wat er op duidt dat het gaat zou gaan om twee verschillende soorten.  Helaas is de soort nog niet wetenschappelijk beschreven en zijn waarnemingen van deze soort in de natuurlijke omgeving vooralsnog uitgesloten, omdat zij zoals eerder vermeld, niet meer wordt aangetroffen in het meer. De oorzaak zit mogelijk in het feit dat zij tijdens het broedseizoen vanuit het open water naar de nabij gelegen kustgebieden trokken om zich daar in de ondiepe wateren voort te planten. Zo konden ze eenvoudig met netten in grote getalen gevangen worden, iets wat natuurlijk jaarlijks terugkwam en uiteindelijk geleid heeft tot de ondergang van deze soort. (Ad Konings). Dit zal ongetwijfeld ook te maken hebben gehad met het spreidingsgebied, wat erg klein was en zich beperkte rondom Gome, maar dat is een aanname schrijver dezes.

 

Verspreiding: 

Copadichromis sp. 'fire-crest mloto' werd aangetroffen bij Gome, MalaĆ”i, maar zoals eerder bij de beschrijving aangekondigd, is deze cichlide in het Malawimeer niet meer aangetroffen sinds 1990 en wordt er een kleine hoeveelheid van deze vissen door aquariumhouders in stand gehouden.

Gedrag: 

Copadichromis sp. 'fire-crest mloto' is een zeer stressgevoelige vis. Samenhouden met Mbuna's of andere drukke vissen moet zeker vermeden worden. Het is beter deze te houden in een groep samen met rustige soorten zoals een Aulonocara- of Lethrinops soort, of  in een soort-aquarium.

Voedsel: 

Het betreft hier een vrijzwemmer die zich in het meer voedde met plankton. In het aquarium is het een makkelijke kostganger die zowel droog als levend voer tot zich neemt. Wees terughoudend met eiwitrijk voedsel.

Kweek: 

In het meer had deze vis een broedseizoen, die duurde van augustus tot november. Zoals eerder in dit artikel vermeld trokken deze vissen vanuit het diepe open water naar de kust om zich daar op een diepte van 30 meter op te houden en voort te planten. De man bouwt een burght tegen een steile rotswand in de dieper gelegen overgangszone. 

In het aquarium is er geen noodzaak meer voor een broedseizoen. De alfa man is dan vrijwel altijd in broedkleuren.

Aquarium: 

Het aquarium moet een lengte hebben van tenminste 150 cm. Het zijn vrijzwemmers. Een inrichting met een zandbodem en enkele kleine rotspartijen met een schuilmogelijkheid voor de vrouwtjes, is voor deze vis een prettige omgeving. 

Stoplicht: 
Groen
Herkomstgebied: