Xiphophorus hellerii (HECKEL 1848)

Etymologie

Xiphophorus betekent in het Grieks letterlijk “zwaarddrager” en hellerii is een verwijzing naar z'n ontdekker Karl Bartholomäus Heller. Maar in tegenstelling tot wat je zou denken, was het niet de verlengde staartvin die Heckel op 't idee bracht deze vis “zwaarddrager” te noemen. Het was het voortplantingsorgaan (gonopodium) dat dit visje van links naar rechts kon zwaaien, dat Heckel op dit idee bracht.

Beschrijving

De Groene zwaarddrager, zoals dit visje in de volksmond heet, behoeft waarschijnlijk geen introductie. Sterker.., de kans dat u deze soort in uw aquarium had vóórdat u met Cichliden begon is vrij groot. Dit visje is dan ook al vanaf 1909 onder ons. Samen met guppen, Zebrabarbelen en Chinese danio's, geldt dit visje tot de ultieme beginnersvissen. Het is dan ook inderdaad wel een visje dat tegen 'n stootje kan, en dat geldt al helemaal voor de aquariumstammen. Deze vissen worden ongeveer 10 cm groot, maar in de natuur worden grotere exemplaren gevonden. Razendsnel zijn ze, aangepast aan het snelstromende water van de rivier. Allemaal eigenschappen die goed van pas komen als bijvis in een Cichliden-bak.

De vissen hebben een groene glans over het lichaam welke vooral in daglicht goed te zien is. Diverse in de natuur aangetroffen rood gekleurde dieren worden tegenwoordig als nakomelingen van uitgezette aquariumvissen beschouwd. Alle varianten hebben één tot twee rode banden over het midden van het lichaam, met uitzondering van de Catemaco variant welke er vijf heeft en wellicht tot een andere soort gerekend gaat worden. Het gele, zwart omzoomde zwaard kan anderhalf maal de lichaamslengte bereiken. Maximaal 14 cm (inclusief zwaard) Deze vissen worden vaak gediagnosticeerd aan de hand van het gonopodium.

X.hellerii behoort tot de grote of Zuidelijke Zwaarddragers. Deze worden onderverdeeld in twee groepen. De Clemenciae-groep (X. clemenciae, X. mixei, X. monticolus) en de Hellerii groep (X. hellerii, X, alvarezi, X signum, X. mayae). De verschillende natuurvarianten van X. hellerii welke vroeger nog wel eens als aparte soorten werden beschouwd zal men, op een enkele uitzondering daargelaten, tevergeefs zoeken in de detailhandel. In plaats daarvan worden we overspoeld met een keur aan kweekvormen. Voor liefhebbers van een natuurgetrouw aquarium is dit echter geen optie. Zij kunnen wellicht terecht bij leden van Poecilia, een Nederlandse vereniging die zich bezig houd met de studie, kweek en conservatie van levendbarende tandkarpers en hooglandkarpers

Verspreiding

Het verspreidingsgebied is enorm. Het strekt zich uit van de Rio Nautla, in de deelstaat Veracruz Noord-West, helemaal door het Zuiden van Mexico, Yucatan, Belize, Guatemala, naar Honduras tot aan de Rio Copan in het uiterste Zuid-Oosten. Op één vindplaats na, allemaal aan de Atlantische zijde. Vanaf bijna zeeniveau tot aan 1450 mtr hoogte (bij Xalapa). In eigen land, maar ook ver daarbuiten, voorkomend als exoot.

Biologie

X. hellerii Leeft, afhankelijk van wat het seizoen te bieden heeft van larven, insecten kreeftjes en plantaardige kost. Produceert 20 tot 200 jongen met tussenpozen van ± 27 dagen. Na ± 10 maanden geslachtsrijp.

Er bestaan in de literatuur nogal wat verhalen over geslachtsverandering bij Xiphophorus hellerii. Onder bepaalde omstandigheden zou er sekse-verandering optreden waarbij vrouwtjes in mannetjes veranderen en omgekeerd. Ik heb hier echter geen wetenschappelijk bewijs voor kunnen vinden. Hoogst waarschijnlijk gaat het hierbij om het fenomeen “vroeg en laatrijpe mannen”, elk met hun eigen voortplantingsstrategie.

Habitat

Het favoriete biotoop van Xiphophorus hellerii zijn de snel stromende wateren van Midden Mexico Belize en het Westen van Honduras. Maar ze komt ook voor in dichtbegroeide kanalen, restpoelen, bronnen en lagunes. In helder maar soms ook troebel water, ja zelfs in vervuild water wordt zij soms nog aangetroffen. Volwassen dieren hebben een voorkeur voor stromend water, jongen blijven liever in de luwte van oevervegetatie. ongebonden aan een waterlaag, opportunistisch. Zoetwatervis, maar komt soms ook voor in het brakke water van kustlagunes. PH range tussen 7 – 8. DH range tussen 9 – 19 , temperatuurbereik van 22 tot 26 °C.

Aquarium

Wilde zwaarddragers vergen wegens hun beweeglijk zwemgedrag toch wel enige ruimte. Vooral als medebewoner in een Cichliden-aquarium, waar ze vaak de taak hebben agressie te reguleren moeten ze wel over enige vluchtruimte kunnen beschikken. Daarnaast zijn de mannen onderling behoorlijk territoriaal en vergt het baltsgedrag waarbij de man hard achteruit zwemt ook wel enige ruimte. Een bak van 120 cm rekenen we daarom als minimum voor zwaarddragers.

Zwaarddragers kunnen behoorlijk springen. In de natuur is dit meestal een uiting van vluchtgedrag In een aquarium met Cichliden zwemmen de dieren overwegend in de middelste en bovenste waterlaag. Worden de dieren nu belaagd, dan gebeurt dit meestal van onderaf. Het gevolg is dat de dieren naar de bovenste waterlaag gejaagd worden en vervolgens het luchtruim kiezen om aan de achtervolger te ontkomen. Een dekruit of gesloten kap vookomt in deze mummificatie.

Referenties

-- Esmaeili H. et al. 2015. Xiphophorus hellerii, a newly introduced fish recorded from natural freshwaters of Iran

-- Hoar W.S. En Randall D. J. 1969. Fish Physiology, Reproduktion and Fish growth, Vol 3. blz 140 – 141

-- Köck M. vertaald door Bas Pels 2012 Met of zonder zwaard, het geslacht Xiphophorus. Poecilia nieuws Sept 2012 blz 11 tm 27

-- Miller R. 2005. Freshwater Fishes of México

-- Peters G. 1964.Vergleichende Untersuchungen an drei Subspecies von Xiphophorus helleri Heckel (Pisces): (Morphologische Merkmale, geschlechtliche Differenzierung, Wachstum und Geschlechtsverhältnisse)

 

Tekst Rene Beerlink, foto Leo van der Meer

Herkomstgebied: 
Type: