Herichthys deppii (Heckel 1840)

Tekst Rene Beerlink, foto's Lee Nuttall.
Etymologie: 

Heros deppii is de oudst beschikbare naam in het geslacht Herichthys. Daterend uit 1840 behoort het tot de eerste namen van Midden Amerikaanse Cichliden. Ouder nog dan het geslacht Herichthys en ouder ook dan de type-soort H. cyanoguttatus (Baird & Girard 1854)

 

Vernoemd naar Ferdinand Deppe, van origine hovenier van de koninklijke tuinen in Berlijn, maar in 1823 benaderd vanwege zijn kennis op het gebied van exotische dier en plantsoorten, voor een ontdekkingsreis naar Mexico.

Referentie: 

Heckel J. J.1840. "Johann Natterer's neue Flussfische Brasilien's nach den Beobachtungen und Mittheilungen des Entdeckers beschrieben. Blz 382-383. Johan Heckel heeft niet zoveel Midden-Amerikaanse vissen beschreven. Heckel was vooral georiënteerd op Zuid Amerika. Zodoende kwam de beschrijving van deze Midden-Amerikaanse vis ook in een werk over Braziliaanse rivieren terecht.

 

Toen Mexico zich in 1821 onafhankelijk verklaarde en het mogelijk werd voor Europeanen van alle  nationaliteiten zich er te vestigen, werd het land in korte tijd overspoeld door buitenlanders. Hierbij ging het natuurlijk in de eerste plaats om grondstoffen als goud en zilver, maar ook universiteiten, dierentuinen en musea lieten zich niet onbetuigd en probeerde een graantje mee te pikken. Zo ook het Zoölogisch Museum in Berlijn. Ferdinand Deppe werd in 1924 in opdracht van dit museum naar Mexico gestuurd met de taak zo veel mogelijk dierlijke en botanische rariteiten naar Europa te sturen. Zo kwam ook Herichtys deppii naar Europa alwaar hij door Jacob Heckel in 1840 (Wenen) beschreven werd.

 

Even zo voortvarend als hij kwam, verdween de vis weer in vergetelheid. Eens in de zoveel tijd, als de Centraal Amerikaanse Cichliden-familie weer eens in revisie ging, werd H. deppii netjes meegenomen, zonder ooit specifieke aandacht te krijgen. Het waren Stawikowsky en Werner die de naam uiteindelijk weer in volle glorie herstelde en dat was niet zo eenvoudig want het holotype was verdwenen en Heckel had de type locatie niet verder gespecificeerd dan “Mexico”. In 1985 hadden beide auteurs al eens een foto gepubliceerd van een raadselachtige vis gevangen in de buurt van het plaatsje Nautla. Ze dachten toen nog met een onbeschreven Herichthys-soort van doen te hebben. Drie jaar later werd de identiteit van deze vis alsnog onthuld. In een onderzoek van Paepke H. et al. werden de vermoedens definitief bevestigd. Dit gebeurde aan de hand van brieven van Ferdinand Depp. Vanaf dat moment was Herichthys deppi terug van weggeweest.

Literatuur: 

--De la Maza Benignos M. et al. 2014. Phylogeographic analysis of genus Herichthys with descriptions of Nosferatu new genus and H. tepehua n. sp.
--Hanneman E., Lampert l. 2002. Herichthys deppii (Heckel, 1840) - Rediscovering a Lost Species
--Miller R. R. et al. 2005. Freshwater Fishes of Mexico blz 371.
--Nuttall L. 2014. The Central Scene issue 2, blz 4 tm 13.
--Paepke H. et al. 2014. Cichlid fishes collected by Ferdinand Deppe in Mexico
--Pérez-Miranda F. et al. 2017. Phylogeny and species diversity of the genus Herichthys
--Stawikowski R. en Werner U. 1998. Die Buntbarsche Amerikas blz 332-333
 

Beschrijving: 

Alhoewel de laatste jaren meer bekend is geworden over de Zuidelijke Herichthys-soorten, blijft de  ecologie van deze vissen grotendeels in nevelen gehuld. Ook de status van deze geografische variatie blijft voor 'n groot deel onopgehelderd, mogelijk dat hybridisatie en soort-erosie het zicht hier vertroebelen. We hebben het dan over de Herichthys-soorten in de rivieren río Pantepec/Tuxpan, río Cazones, río Tecolutla, río Nautla t/m de río Santa Ana en alle daarbij behorende toevoerriviertjes.

 

De variatie (binnen Herichthys) in dit gebied is groot. Globaal kunnen we, met de kennis van dit moment, vier geomorfologische types onderscheiden. In hoeverre deze ook allemaal soortstatus hebben of zouden moeten hebben laten we voorlopig even in het midden. Mauricio De La Maza, die als de autoriteit op het gebied van Herichthys geldt en lange tijd in dit gebied gewoond heeft, gelooft dat er meer dan één Herichthys-soort in één en dezelfde rivier voor kan komen. Een voorbeeld van een dergelijke situatie treffen we bijv. aan in de río Pantepec/Tuxapan. De bovenloop van deze rivier bestaat uit snel stromend helder water en wordt de río Pantepec genoemd, de benedenloop, traag stromend brak water, de río Tuxapan.

 

Río Pantepec (Type 1):
Ook wel aangeduid als UPH (Upper Pantepec Herichthys), wordt door Mauricio gezien als een allopatrische vorm van de turquoise Herichthys uit de río Cazones. Aangezien beide bovenlopen elkaar tot zeer dicht naderen, lijkt dit een plausibele verklaring voor het voorkomen van een eveneens Turquoise Herichthys in de río Pantepec. Overigens, lang niet alle individuen van dit type vertonen de turquoise kleuren. Dit heeft vooral met leeftijd en dominantie te maken. Jonge dieren lijken eerst meer op H. carpintis, later worden ze geel en nog weer later krijgen ze de Turquoise kleuren welke vooral bij de dominante dieren volledig tot ontwikkeling komt. Broedkleuren bestaan uit 5-6 zwarte banden op een gouden ondergrond op de achterste helft van het lichaam.  Deze vis is van die andere (Cazones) Turquoise te onderscheiden aan de hand van de koptekening. Waar de "Cazones" een patroon van rode stippen en vlekken op de wangen vertoont, laat de UPH hier meer een wormvomige lijnen-tekening zien. Vooral tussen de bovenlip en ogen zijn twee tot drie opvallende lijnen zichtbaar. Dit type is door Mauricio aangemerkt als het holotype van de door hem beschreven H. tepehua. Uit een recent onderzoek van Perez-Miranda (2017) echter, komt H. tepehua als een gehybridiseeerde vorm  tussen H. carpintis en H. deppii uit de bus. Het laatste woord is hier dus nog niet over gesproken.

 

Río Tuxapan (Type 2):
Ook wel aangeduid met LPH  (Lower Pantepec Herichthys) Dit is een Carpintis gelijkend type dat de brakke benedenloop bewoont. Deze vis heeft 'n hogere lichaamsbouw (meer-type) is donker van kleur en heeft een langere snuit waarmee hij gemakkelijker in de modderbodem komt. Deze vis neigt ook meer tot voorhoofdsbult-vorming (Carpintis kenmerk). Tot hoever deze vorm stroomopwaarts voorkomt en of ze hybridiseert met Type 1 is niet bekend, maar de onderzoeken van Perez-Miranda (2017) doen het nodige vermoeden. In het plaatsje Álamo zijn in 1998 door Don Danko en Willem Heijns in ieder geval beide types gevangen. Dit leverde jaren later de nodige verwarring op. Over de levensbiologie van dit type niets bekend.

 

Río Cazones (Type 3):
In het verleden bekend geworden onder de naam H. sp. Turquoise. Deze vis komt voor (of kwam voor) in de rivieren Gazones, Tenixtepec, Solteros en Tecolutla. Deze vissen hebben een aquamarijne grondkleur, behalve de Tenixtepec, deze is bruin met een witte buik. Dorsaal en anale vinnen hebben dezelfde kleur als het lichaam. Kop met opvallende golvende goudgele of rood-bruine patronen die zich concentreren rond de ogen. Schubben op de flanken zijn gepigmenteerd in het centrum en omrand met aquamarijn waardoor een net-achtig uiterlijk ontstaat. Deze vissen zijn oa. door overbevissing zeldzaam geworden. Resterende populaties hebben zich teruggetrokken naar de meest geïsoleerde zijrivieren met troebel water, alwaar de beperkte zichtbaarheid ze beschermt tegen de lokale speervisserij. Door Mauricio beschreven als H. tepehua.
 

Rio Nautla (Type 4):
Komt voor in de rivieren Nautla, Misantla, Bobos tot aan de río Santa Ana. Grondkleur bruin, soms groen-blauw (río Bobos). Kop bezaaid met opvallende oranjebruine, grote, ronde (3-5mm) of wormvormige vlekken. Deze vlekken strekken zich uit over de kieuwdeksels, hoofd en de borstvinbasis. Twee tot drie rijen van deze stippen verbinden bovenlip en oogrand. Door J. Heckel beschreven als H. deppii en onderwerp van deze beschrijving. Herichthys deppii is met zijn populatie in Santa Ana de meest Zuidelijke voorkomende Herichthys-soort. Het is ook een van de kleinste Herichthys-soorten. Mannetjes worden niet groter dan 20 cm en de vrouwtjes halen vaak de 15 cm niet eens.

 

 

Herkomst: 
Mexico
Verspreiding: 

De boven en middenlopen van de río Nautla en río Mislantla. Het habitat van H. deppii wordt gekenmerkt door helder, snel tot middelmatig snel stromend water. Tussen de stroomversnellingen in komt zij voor boven een substraat van zand en grote keien. Deelt z'n habitat met Xiphophorus cf. helleri, Poecilia mexicana, Astyanax mexicanus, Gobiomorus dormitor en Agonostomus monticola. Er is niet zoveel bekend over de levensbiologie en het gedrag in het wild, behalve dan dat zij nestelt in de luwte van grote stenen. Voor de lokale vissers is het, ondanks z'n geringe grote, een welkome vangst. De vis wordt door hen met zelfgemaakte speren gevangen.

Voedsel: 

Over het fourageergedrag in het wild is niets bekend. In het aquarium zijn het omnivoren die zowel dierlijk als plantaardig voedsel tot zich nemen.

Kweek: 

Reeds bij 8 cm geslachtsrijp. Vrouwtjes krijgen in een bepaald stadium een rugvinvlek en vertonen meer rood  op de kop en kieuwdeksels. Jonge mannen kunnen soms ook een donkere zone in de rugvin vertonen, maar hebben beduidend minder rood-tinten op de kop. Verder hebben zij een bredere kop en een stijler voorhoofd.  De koppelvorming gaat er vaak ruig aan toe met wederzijds bekken-getrek. Legsels zijn redelijk groot ('n paar honderd eieren). Jongen komen na drie dagen uit en op dag 5 zwemmen ze vrij (Nuttal 2014). Alhoewel minder dramatisch als bij H. carpintis, veranderd op dit moment de kleur van de ouders.  De broedtekening beperkt zich tot een mint-kleurige kop met donkere kin en lippen en een intensivering van de dwarsbanden op de achterste helft van het lichaam. De ouders verdedigen hun broed met verve. Véél grotere vissen worden verwoed aangevallen. Jongen zijn gemakkelijk groot te brengen met artemia, mits de waterkwaliteit maar goed is.

Aquarium: 

Deze reofiele soort die vooral tussen de stroomversnellingen van bovenlopen wordt aangetroffen verlangt dienovereenkomstig helder schoon water, dat vrij is van stikstofverbindingen. In de praktijk betekent dit ruime bakken, lage bezetting, stevige filtering en veelvuldig water verversen. Wanneer deze verzorgingseisen niet ingewilligd worden lopen de dieren het risico op “Bloat” een multicomponente ziekte met veelal fatale afloop. Alhoewel H. deppii een relatief klein blijvende Herichtys-soort is, behoort zij volgens velen toch tot de meest agressieve M-Amerikanen. Vooral de agressie naar de eigen soort is groot. Daarom is het als koppel samenhouden met andere grote M-Amerikanen waarschijnlijk de beste optie. Kleine bijvissen worden gegeten, zelfs volwassen Zwaarddragers zijn hun leven niet zeker. Beter kiest men voor dit doel volgroeide Astyanaxen. Een koppel met jongen domineert meestal alle overige bewoners, hoe groot deze ook zijn. De volgende watergemiddelden zijn in de natuur gemeten pH 7.4, dGH 5, KH 6, 26C. Deze waardes hoeven in het aquarium niet tot op de komma nauwkeurig nageleefd te worden,zo gevoelig zijn deze vissen nu ook weer niet. Maar een kanttekening is hier wel op z'n plaats. H. deppii is minder tolerant dan H. carpintis en H. cyanoguttatus.
 

Stoplicht: 
Oranje
Herkomstgebied: 
synoniemen: 

Heros Montezumea. Determinator: Kullander, 2003
Herichthys geddesi. Determinator: Paepke et al, 2014