Vieja guttulata (GÜNTHER 1864)

Tekst Rene Beerlink, foto Uwe Werner
Etymologie: 

Vieja spreek je uit als “wie-eega” en betekent oud vrouwtje. Guttulata komt van guttula, dat latijns is voor “druppel”, refererend aan het vlekkenpatroon op lichaam en vinnen.

Referentie: 

Günther A. 1864. Report of a collection of fishes made by Messrs Dow, Godman and Salvin in Guatemala

Literatuur: 

-- Günther A. 1864. Report of a collection of fishes made by Messrs Dow, Godman and Salvin in Guatemala

-- Krahnefeld L. 1996. Zum Titelbild, Vieja zonata (Meek, 1905), DCG info 27-6 blz 122 tm 129

-- Kullander S. et al. 2006. Expedition Report El Salvador 2006, Swedish Museum of natural History

-- McMahan C. et al. 2010. Molecular systematics of the enigmatic Middle American genus Vieja

-- Meek E. 1807. Notes on Fresh-water Fishes from Mexico and Central America. Blz 141

-- Meek E. 1908.  The Zoology of Lakes Amatitlan and Atitlan, Guatemala, With special reference to Ichthyology

-- Miller R. 1976. An evaluation of Seth E. Meek's contributions to Mexican ichthyology. Blz 22

-- Miller R. 2005. Fresh Water Fishes of Mexico

-- Morgenstern R. 2016. Wer ist Paraneetroplus guttulatus (Günther, 1864)? DCG info, 47e jaargang, nr 1. blz. 2 tm 9

-- Morgenstern R. 2016. Vieja Gutatus, profile Cichlidroom

-- Werner U. 2007. Heros guttulatus Günther 1864 en enkele daarop gelijkende Midden-Amerikaanse Cichliden. Cichlidae jaargang 33 nr. 2 blz 25 tm 33

 

Fora:

-- https://www.cichlidae.com/forum/viewtopic.php?f=4&t=4294&start=20

-- https://www.cichlidae.com/forum/viewtopic.php?p=48802

-- https://www.cichlidenwelt.de/CWF4/index.php/Thread/44895-Heros-guttulatus-und-deren-Abgrenzung/

-- https://www.monsterfishkeepers.com/forums/threads/is-this-a-guttulatus.468239/page-2

Beschrijving: 

Van deze vis werd lang betwijfeld of hij überhaupt wel bestond. Naast de eerst-beschrijving van Günther in 1864 en diens aanvulling in 1868 waren de enigste bewijzen van een aards bestaan een discutabele typeserie en een lithografie van G.H. Ford. Aan alle twijfel kwam echter een eind toen Kullander in 2006, tijdens een inventarisatie-onderzoek in El Salvador, een Vieja ving die volledig aan de beschrijving van Günther voldeed. Hij had het dier gevangen in  Lake Coatepeque, een cratermeer in El Salvador, ruim 100 km. ten Oosten van de oorspronkelijke typelocatie. Kullander was daar in opdracht van Fishbase maar publiceerde de vangstgegevens ook in de database van het natuur historisch museum van Zweden. Rico Morgenstern pikte dit op en dit werd tenslotte de  inspiratiebron voor een spraakmakend artikel in DCG informationen, “Wer ist Paraneetroplus guttulatus”.

 

 

El Salvador... zó ver Oostelijk aan de Pacific, dat kon alleen maar V. guttulata wezen. Toch leek de vis verdacht veel op V. zonatus, een soort die Westelijker voorkwam. Er waren wel verschillen, maar in vergelijking tot bijv. twee populaties V. melanurus waren die marginaal te noemen. Op fora ontstond een levendige discussie en alles leek erop te wijzen dat V. zonata als junior synoniem van V. guttulata uit de bus zou komen, totdat het verhaal opeens weer een nieuwe wending kreeg. Uit Moleculair onderzoek van McMahan was namelijk gebleken dat V. zonatus bijzonder veel van haar DNA deelde met een heel andere Vieja, nml. die uit de bovenloop van de Coatzacoalcos. Deze stond bekend als nogal variabel en werd tot dan toe aangeduid met V. sp. Coatzacoalcos en ook heel even als V. coatlique (sec). Dit betekende dus, dat er in het verleden een verbinding moet hebben bestaan tussen de rivieren aan weerszijde van Istmus. Ook de vis uit El Salvador werd bij het onderzoek betrokken. Deze bleek tenslotte de zustersoort van de voornoemde twee en moet gezien worden als de echte Vieja guttulata, het onderwerp van deze beschrijving.

 

V.guttulata blijft iets kleiner dan zijn verwanten (niet groter dan 30 cm) en onderscheidt zich door een brede, volledige lengtestreep vanaf de staartvinbasis tot boven het begin van de borstvin. Deze loopt min of meer op het niveau van de onderste laterale lijn (versus smal, onvolledig of onderbroken en lopend onder de onderste laterale lijn). Ze heeft veel overeenkomsten met V. zonata maar onderscheidt zich door een ietwat spits, licht oplopend kopprofiel vs. Rond, stijl oplopend bij V. zonata, Vlekken (bruinachtig tot zwart) die min of meer de schubben-rijen volgen,waardoor een wat regelmatiger patroon ontstaat vs. willekeurig geplaatst (bruinachtig rood), bij V. zonata. Turquoise-blauwe keel en kieuwdeksels vs. blauwachtig grijs bij V. zonata. Meer rood in de staart en zachte stralen van de rugvin en donkerbruine vlekken onder de ogen. Verder heeft V. guttulata gemiddeld 31 ipv. 30 wervels bij V. zonata.

Herkomst: 
Mexico, Guatemala. Ingevoerd in El Salvador
Verspreiding: 

Vieja Guttulata is de Vieja van de Pacific. Uiteraard niet van de Pacific zelf, maar van de rivieren die hierin uitmonden. De oorsprong van deze vis ligt waarschijnlijk in de Coatzacoalcos waar het op een bepaald moment in staat is geweest de zwakke scheiding tussen de bovenlopen van de Atlantische en Pacifische rivieren te passeren. Een tweede Vieja-soort aan de Pacific, V. zonata heeft ditzelfde trucje in een recenter verleden uitgevoerd. Deze hypothese komt voort uit vangstdata (Morgenstern 2016) waaruit blijkt dat behalve Cichliden ook andere soorten in staat zijn gebleken, hetzij door geologische processen (aardverschuivingen), hetzij door natuurrampen (overstromingen), hetzij door menselijk handelen (uitzettingen), van de ene afhang in de andere te geraken.

 

De Oostgrens van V. guttulata is na de verrassende vangst van Kullander, Lake Coatepeque in El Salvador. Hierin is zij uitgezet als consumptievis. Deze actie was al eens eerder uitgevoerd, nml in 1549, door een Spaanse Missionaris. Toen in Lake Amatitlán, Guatemala, officieel de typelokatie van V. guttulata. Ruim tweehonderd jaar later noteerde Meek het succes van deze uitzetting, maar constateerde tevens een gevaarlijke overbevissing op deze soort. Anno 2019 is V. guttutala uitgestorven in Lake Amatitlán. Meek trof de vis behalve in Lake Amatitlán ook aan in vele rivieren van de Pacifische zijde en verwacht wordt dat V. guttulata wijd verbreid is aan de Pacifische zijde van Guatemala.

 

Waar de Westgrens precies ligt is wat onduidelijker, mede doordat Miller (2006) hier tegenstrijdige informatie over geeft. In de Soortbeschrijving noemt hij de Rio Suchiate (grensrivier tussen Guatemala en Mexico, maar in de identificatie-sleutel de Rio Tehunantepec, 'n Pacific-rivier 400 km Oostelijker. En in de beschrijving van V. zonata zegt Miller “This species is replaced by the similar V. gutulata” in the Pacific slope drainages East of Rio Sesecapa, 'n gebied tussen de twee voor genoemde Westgrenzen in. Volgens mij kunnen we hieruit afleiden dat de soortgrens tussen V. guttulata en V. zonata nu niet bepaald in steen gebeiteld staat.

Gedrag: 

Weinig over bekend, Vermoedelijk is de soort door Stawikowski en Werner ingevoerd. Deze dieren waren berucht vanwege hun bovengemiddelde agressie en zijn vrij snel weer van het toneel verdwenen. Niet uit te sluiten valt dat hier verwisseling met V. zonata heeft plaatsgevonden want recentere meldingen spreken juist van een minder agressieve vis dan V. zonata. (zie fora) Ook is het mogelijk dat de agressieproblemen van toen te maken hebben gehad met een gebrek aan ervaring. We hebben het hier over begin jaren tachtig, een periode waarin al wel veel ervaring met de relatief milde Afrikanen was opgedaan, maar de Midden-Amerikaanse buldozer nog aan z'n opmars moest beginnen. Althans, in zoverre men hier van “opmars” kan spreken want Midden Amerikanen hebben natuurlijk nooit  dezelfde populariteits-status bereikt als de Malawi en Tanganjika cichliden. Misschien wel als gevolg van deze agressie-problematiek.

Voedsel: 

Seth Eugene Meek heeft een groot aantal van deze vissen uit lake Amatitlán onderzocht en geconstateerd dat het dieet van V. guttulata voornamelijk uit plantaardige bestanddelen bestond. Veel algen, de zachtere delen van planten en als afwisseling op het dieet een bepaald soort kleine visjes. Een omnivoor dus met het zwaartepunt op vegetarische kost.

 

Zelf stond deze vis ook lange tijd op de menulijst. Voor de inheemse bevolking gold deze “Mojarra”  zelfs als één van de smakelijkste zoetwatervissen van heel Guatemala. V. guttulata werd dan ook fel bejaagd. Dit gebeurde jaarrond dmv. drijfnetten. Alle formaten, groot en klein werden hierbij buitgemaakt. De grootste aantallen werden gevangen tijdens het broedseizoen, juist op het moment dat deze vissen het ondiepere water opzochten om zich voort te planten.

 

Meek waarschuwde voor deze praktijken. Het jaarrond bevissen van deze soort was volgens hem niet in het belang van de vissers. Daarbij zouden deze zich meer moeten richten op de volwassen exemplaren en de kleintjes laten zwemmen. Maar ook in die tijd was de bioloog al een roepende in de woestijn. Rond Lake Amititlán moet de bevolking het inmiddels al geruime tijd zonder de lekkerste zoetwatervis van Guatemala doen, want hier geldt Vieja guttulata als uitgestorven.

Kweek: 

Weinig gedocumenteerd. Meestal betrekking hebbend op V. zonata. Open substraat broeder. Vrouwtjes blijven kleiner, hebben een minder geaccentueerd vlekkenpatroon en dragen soms tijdens opwinding een donkere zone in de rugvin. In lake Amatitlán werd waargenomen dat ze van April tot Juni broeden. De nesten werden in ondiep water, aan de rand van rietvelden gemaakt.

 

Eieren zijn relatief groot en zo ook de nesten. Jonge vrouwtjes produceren reeds nesten van zo'n 350 stuks (Morgenstern 2016). Zij zijn ook degene die de directe verzorging op zich nemen. Vader treedt op als toeziend voogd. Bij beiden neemt tijdens de broedzorg de hoeveelheid melanine toe in de onderste helft van het lichaam. Hierdoor wordt het normaal verborgen bandenpatroon zichtbaar.

Aquarium: 

V. guttulata werd voor 't eerst als aquariumvis geïntroduceerd door Stawikowski en Werner welke grote aantallen Vieja's meenamen tijdens hun vangreizen in de jaren tachtig. Deze dieren werden vaak  abusievelijk als V. zonata verspreid en waren naar verluid dermate agressief dat deze al weer snel uit de hobby verdwenen. Latere introducties berusten mogelijk op misidentificaties, zodat het vóórkomen in de hobby anno 2019 onzeker is. De soort heeft nog wel een tijdje op de stocklist van een niet onbekende exporteur uit Odessa, Florida gestaan. Wellicht dat hier nog zuivere lijnen van zijn overgebleven. 

 

Daarnaast leert ons het verleden dat liefhebbers van Midden Amerikanen nogal eens zelf op pad gaan om hun “Holy Grail” te bemachtigen en dit, gepaard gaande met de alsmaar dalende vliegprijzen, doet de hoop leven dat we ooit weer kunnen genieten van Kullanders Pauw-blauwe Vieja's. En als het dan eenmaal zover is, lijkt het ons toch raadzaam de eerder gedocumenteerde ervaringen serieus te nemen. Misschien valt het mee, maar met dit soort zeldzaamheden willen we natuurlijk geen risico's lopen. Dit betekent grote bakken vanaf 2 mtr. Één mannetje op meerdere vrouwtjes. Eventueel combineren met andere niet Vieja-achtige Cichliden, bijv. C. macracanthus, snelle en stevige bij-vissen en voldoende schuilplaatsen. Ook met de temperatuur kunnen we de agressie enigszins sturen, maar laat deze niet onder de 23 zakken, want daar houden deze dieren niet van.

 

Zorg voor een goede waterkwaliteit. De rivieren aan de Pacific-zijde zijn in verhouding tot die van de Atlantic kort. Hierdoor kan het water plaatselijk snel stromen, is het zuurstofrijk, helder en weinig belast met stikstofverbindingen. Hier zullen we in het aquarium dus rekening mee moeten houden. Dit betekent in de praktijk een sterke filter-installatie en veel water verversen. De chemische watersamenstelling is waarschijnlijk van minder belang, alhoewel het aan de pacific-zijde vaak wat zachter is doordat het minder gelegenheid krijgt mineralen op te nemen. Inrichting met zand en stenen. Beplanting heeft geen zin tenzij bedoeld om de dieren te voeden, want plantaardige voeding is bij deze vissen absoluut van levensbelang.

Stoplicht: 
Oranje
Herkomstgebied: