Nannocharax zebra (Dunz, A.R. & Schliewen U.K., 2009)
Algemene beschrijving:
De Nannocharax zebra heeft een uitgesproken hydrodynamische lichaamsbouw, aangepast aan een leven in stromend water. Het lichaam is slank, cilindrisch en torpedovormig. De vis bereikt een bescheiden maximale standaardlengte van circa 3,9 tot 4,5 cm. De naam 'zebra' verwijst naar het patroon van donkere verticale dwarsbanden op de flanken. Door hun manier van voortbewegen over de bodem worden ze vaak vergeleken met de Noord-Amerikaanse 'darters' (Etheostomatinae).
Verspreiding en Biotoop:
Deze soort kent een brede verspreiding in West- en Centraal-Afrika. Ze worden aangetroffen in de stroomgebieden van de Niger, de Cross River en de Sanaga. Ook in de kreekgebieden van de Democratische Republiek Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek komen ze voor.
De vis prefereert heldere, zuurstofrijke rivieren met een matige tot sterke stroming. Ze houden zich vaak op in schaduwrijke zones, gecreëerd door overhangende vegetatie of oeverbegroeiing.
Gedrag:
Een rustige, niet-dominante bodembewoner. In tegenstelling tot veel andere harpzalmen zijn ze weinig agressief naar medebewoners.
Voortplanting:
In het wild leggen ze hun eieren vaak tussen fijnbladerige planten of mos in zuurstofrijk water. Er is weinig gedetailleerde informatie beschikbaar over de kweek in gevangenschap.
Verzorging in het Aquarium:
Vanwege hun actieve levenswijze en behoefte aan stroming is een aquarium met een minimale lengte van 100 cm aanbevolen. Een sterke filtering en extra beluchting zijn essentieel om het hoge zuurstofgehalte te waarborgen. Voorzie de bak van voldoende open zwemruimte gecombineerd met plekken met gedempt licht. Een bodem van zand of fijn grind met enkele gladde stenen nabij de uitstroom is ideaal. Nannocharax zebra is een uitstekende bijvis voor rheofiele (stromingsminnende) cichliden zoals Gobiocichla-soorten (G. ethelwynnae, G. wonderi) en Teleogramma. Ze kunnen ook goed gecombineerd worden met andere kleine West-Afrikaanse scholenvissen die een vergelijkbare habitatbehoefte hebben.
Voeding:
Gezien de zeer kleine mondopening is de vis aangewezen op fijn voer. In de natuur voeden ze zich met benthische micro-organismen en kleine insectenlarven. In het aquarium accepteren ze artemia-naupliën, cyclops en fijn stof- of granulaatvoer.



