Oreochromis schwebischi (SAUVAGE, 1884)

Tekst: Johan Verheesen Foto's: Michel Keijman
Etymologie: 

Oreochromis komt uit het Grieks, oreo betekent van de bergen en chromis verwijst naar de vroegere benaming van Cichliden; Met de soortnaam schwebischi wordt de verzamelaar geëerd die het materiaal verzameld heeft, die Sauvage nodig had voor de eerstbeschrijving.

Referentie: 

Trewavas, E., 1983. Tilapiine fishes of the genera Sarotherodon, Oreochromis and Danakilia. British Mus. Nat. Hist., London, UK. 583 p.

Literatuur: 

Michel Keijman - Oreochromis schwebischi - Een tot de verbeelding sprekende aanwinst voor de cichlidenliefhebber, Cichlidae 41-5 oktober 2015 blz 5 t/m 11.

Beschrijving: 

Oreochromis schwebischi mag met recht een prachtige Tilapiine cichlide genoemd worden, met name wanneer deze soort zijn broedkleed aantrekt. Het lichaam is groen gekleurd met wat zwart in de schubben. De rug- aars-, en staartvin zijn voorzien van gele spots. De rug- en de staartvin zijn paarsachtig van kleur en gestreept of gevlekt. De lappets van de rugvin zijn felrood gekleurd. Jonge exemplaren hebben verticale strepen en een duidelijke tilapiavlek die bij een lengte van 11 á 12 cm vervaagd. Als de vissen tot paring overgaan, dan krijgt de man een constrasterende kleur, waarbij zwart overheerst. De gele spots in de vinnen worden dan ook duidelijker zichtbaar. Dit geldt ook voor de rode spots die zich in de staartvin bevinden. De flanken van de man is dan een mengeling van  staalblauw en zilver en ook de lippen ondergaan een verandering van kleur. De bovenlip wordt blauw en de onderlip laat een witte kleur zien. Mannen bereiken een lengte van zo'n 30 cm. Vrouwtje blijven wat kleiner met een lengte van 24 cm. 

Meer foto's van O. schwebischi, gemaakt door Michel Keijman, zijn te zien in het foto-album.

Verspreiding: 

Het verspreidingsgebied ligt rond de Ogowe, een 1200 kilometer lange rivier in West-Centraal-Afrika, die stroomt van Congo-Brazzaville, door Gabon naar de Golf van Guinee. (Atlantische Oceaan)

Gedrag: 

In een voldoende groot aquarium is er weinig tot geen agressie tegenover soortgenoten of medebewoners. 

Voedsel: 

Het betreft een herbivoor. Het lange darmkanaal wijst op het menu van plantaardig voedsel. Het betreft een makkelijke eter.  Alle soorten voer, vlokken, en levend voer, zoals krill, Mysis, Artemia, zwarte en witte muggenlarven, worden graag gegeten.

Kweek: 

O. schwebischi betreft een maternale muilbroeder. De man bouwt een krater met een diameter van ongeveer 30 cm. Nadat de afzetplaats vrijgemaakt is van oneffenheden als steentjes en dergelijke, vind het afzetten plaats. Het vrouwtje neemt de eieren in haar bek direct nadat het mannetje ze bevrucht heeft. 
 Als de jongen groot genoeg zijn om zichzelf te voeden en de muil van het vrouwtje verlaten, kunnen ze nog steeds rekenen op de bescherming van de moeder en worden ze bij bedreiging in de muil opgenomen.
 

 

Aquarium: 

Vanwege de grootte die deze vissen bereiken is een ruim bemeten aquarium van minimaal 270 cm kantlengte en een daarbij behorende hoogte wel gewenst. De bodem moet voorzien zijn van een dikke laag zand, zodat de dieren kunnen graven. Inrichting met enkele stenen, wat hout. Temperatuur om en nabij de 28ºC.

Stoplicht: 
Groen
Herkomstgebied: 
synoniemen: 

Tilapia andersonii, (boulenger 1912)
Tilapia heudelotii, (pellegrin 1908)
Hemichromis schwebischi, Sauvage, 1884
Melanogenes micocephalus, Sauvage, 1884
Paratilapia schwebischi, Boulenger, 1897
Tilapia flavomarginata, Boulenger, 1899
Tilapia heudelotii, (pellegrin 1908)

Tilapia andersonii, (boulenger 1912)

Tilapia lata, Boulenger, 1899
Tilapia andersonii, Boulenger, 1915
Tilapia schwebischi, Trewavas, 1962
Tilapia (loruwiala) schwebischi, Thys van den Audenaerde
Oreochromis schwebischi, Trewavas, 1983