Bijvissen

Phyllonemus typus BOULENGER, 1906

Tekst: Johan Verheesen - foto: Johan Verheesen

Etymologie: Phyllonemus, vanuit het Grieks, phyhllon = blad en nema = filament.

Referentie: Risch, L.M., 1986. Bagridae. p. 2-35. In J. Daget, J.-P. Gosse and D.F.E. Thys van den Audenaerde (eds.) Check-list of the freshwater fishes of Africa (CLOFFA). ISNB, Brussels; MRAC, Tervuren; and ORSTOM, Paris. Vol. 2. (Ref. 3236)

Literatuur: 

Tanganyika.nl

Fishbase.org

Xiphophorus hellerii (HECKEL 1848)

Etymologie

Xiphophorus betekent in het Grieks letterlijk “zwaarddrager” en hellerii is een verwijzing naar z'n ontdekker Karl Bartholomäus Heller. Maar in tegenstelling tot wat je zou denken, was het niet de verlengde staartvin die Heckel op 't idee bracht deze vis “zwaarddrager” te noemen. Het was het voortplantingsorgaan (gonopodium) dat dit visje van links naar rechts kon zwaaien, dat Heckel op dit idee bracht.

Beschrijving

Astyanax mexicanus (De Filippi 1853)

Etymologie:
Het geslacht “Astyanax” is genoemd naar de kroonprins van Troje die op 4 jarige leeftijd van de stadsmuur werd gegooid. Deze gruwelijke tragedie vond plaats bij de alom bekende val van deze stad, aldus de Mythologie. De soortnaam “Mexicanus” spreekt voor zich.

Eerstbeschrijving:
De Filippi, F. 1853. Nouvelles espèces de poissons. Revue et Magasin de Zoologie 2 5: 164-171

Nannocharax zebra (Dunz, A.R. & Schliewen U.K., 2009)

Algemene beschrijving:

De Nannocharax zebra heeft een uitgesproken hydrodynamische lichaamsbouw, aangepast aan een leven in stromend water. Het lichaam is slank, cilindrisch en torpedovormig. De vis bereikt een bescheiden maximale standaardlengte van circa 3,9 tot 4,5 cm. De naam 'zebra' verwijst naar het patroon van donkere verticale dwarsbanden op de flanken. Door hun manier van voortbewegen over de bodem worden ze vaak vergeleken met de Noord-Amerikaanse 'darters' (Etheostomatinae).

Verspreiding en Biotoop:

Sicydium crenilabrum (Harrison, 1993)

Foto: Lex van Tilburg

De Sicydium crenilabrum is een fascinerende, kleinblijvende grondel uit de familie Gobiidae die maximaal 10 cm lang wordt. Deze soort is volledig geëvolueerd voor een leven in de meest extreme delen van rivieren: de zeer snelstromende secties met een rotsachtige ondergrond. Hun lichaam heeft een aerodynamische, torpedovormige bouw om de waterweerstand te minimaliseren. Een uniek kenmerk van dit geslacht is de tot zuignap vergroeide buikvinnen, waarmee ze zich zelfs tegen verticale watervallen op kunnen vastzetten.

Bijvissen

Buiten een uitbundige soortenrijkdom aan cichliden, herbergt het Tanganjikameer vele soorten niet-cichliden. Met name de meervallen en 2 Tanganjika-killi's worden regelmatig aangeboden. Tanganjika-alen (Mastacembelus) vinden ook hun weg in de hobbby. Andere dieren zoals een kogelvis (Tetradon mbu), krabben en garnalen (hieronder: Macrobrachium moorei) worden sporadisch geïmporteerd.

Pagina's